Anatomie begrijpen
Hoe het ellebooggewricht werkt en waarom het beschadigd raakt
Complete gids voor eigenaren van honden met elleboogproblemen, van diagnose tot volledig herstel

Hoe het ellebooggewricht werkt en waarom het beschadigd raakt
Leer het verschil tussen de types elleboogdysplasie en wat dat betekent voor de behandeling
Praktische oefeningen voor elke fase van de revalidatie
Met de juiste zorg en spiertraining kan uw hond weer comfortabel functioneren

MSc Diergeneeskunde
Onderzoeker en docent aan de Faculteit Diergeneeskunde. Gespecialiseerd in preventieve zorg en voeding.
Ja, elleboogdysplasie veroorzaakt vrijwel altijd pijn. Het gewricht past niet goed in elkaar, waardoor kraakbeen beschadigt en ontsteking ontstaat. Honden uiten pijn subtiel: ze worden stiller, lopen stijf na rust, of willen niet meer zo ver wandelen. Soms ziet u dat uw hond de poot naar buiten draait tijdens het lopen: dat doet hij om de druk op de pijnlijke plek te verminderen.
Nee. Elleboogdysplasie is een structureel probleem in het gewricht. De botten passen niet goed op elkaar, of er zitten losse stukjes kraakbeen of bot in het gewricht. Dat herstelt niet vanzelf. Zonder behandeling wordt het langzaam erger door slijtage (artrose). Wel kunt u met gewichtsbeheersing, aangepaste beweging en pijnmedicatie de klachten beheersbaar houden bij milde gevallen.
Bij ongeveer 25-40% van de honden met elleboogdysplasie zijn beide ellebogen aangedaan, soms in verschillende mate. De ene elleboog kan ernstiger zijn dan de andere. Uw dierenarts zal altijd beide ellebogen onderzoeken, ook als uw hond maar aan een kant mank loopt.
Ja, elleboogdysplasie is grotendeels erfelijk. De aanleg wordt doorgegeven van ouders op pups. Daarom zijn er fokprogramma's die honden screenen op elleboogdysplasie. Maar ook omgevingsfactoren spelen mee: te snel groeien, te veel voeding, overmatige belasting als pup: dit alles kan de aandoening erger maken bij honden die de aanleg hebben.
Vooral grote en middelgrote rassen. Labrador Retrievers, Golden Retrievers, Duitse Herders, Rottweilers, Berner Sennen en Newfoundlanders staan bovenaan. Bij Labradors komt het bij naar schatting 17-20% voor. Maar ook kleinere rassen zoals Engelse Bulldogs en Basset Hounds kunnen het krijgen.
De aandoening ontwikkelt zich tijdens de groei, meestal tussen 4 en 8 maanden oud. Klachten worden vaak pas zichtbaar rond 6-12 maanden, als de hond actiever wordt en het gewricht zwaarder belast. Soms worden milde gevallen pas op latere leeftijd ontdekt, wanneer artrose voor meer klachten zorgt.
Bij losse fragmenten (stukjes bot of kraakbeen) in het gewricht is operatie vrijwel altijd nodig. Deze fragmenten irriteren het gewricht constant, als een steentje in uw schoen. Bij incongruentie (de botten passen niet goed op elkaar) hangt het af van de ernst. Bij milde gevallen zonder losse fragmenten kan conservatieve behandeling (pijnmedicatie, gewichtsbeheersing, fysiotherapie) voldoende zijn.
Een artroscopische ingreep (kijkoperatie) kost gemiddeld 1.000 tot 2.500 euro per elleboog, afhankelijk van de complexiteit en de kliniek. Als beide ellebogen behandeld moeten worden, worden ze meestal met 6-8 weken tussentijd geopereerd. Vraag uw dierenarts altijd vooraf om een kostenraming.
De meest voorkomende ingreep is artroscopie (een kijkoperatie). Via kleine incisies wordt een camera in het gewricht gebracht. Losse fragmenten worden verwijderd en beschadigd kraakbeen wordt gladgeschaafd. Bij ernstige incongruentie kan een botcorrectie (osteotomie) nodig zijn om de botten beter te laten passen. Welke techniek nodig is, hangt af van het type elleboogdysplasie.
De resultaten variëren per type en ernst. Bij een eenvoudige verwijdering van losse fragmenten (FCP/OCD) verbetert 60-75% van de honden significant. Het is belangrijk om te weten dat elleboogdysplasie niet te genezen is: het doel is pijnvermindering en functieverbetering. Vrijwel alle honden ontwikkelen enige mate van artrose, maar met goede zorg kunnen ze comfortabel en actief leven.
Na een artroscopie is de eerste 2 weken strikte rust nodig. Daarna begint geleidelijke opbouw over 4-6 weken. De meeste honden functioneren weer goed na 6-8 weken. Volledige spieropbouw duurt 3-4 maanden.
Honden met elleboogpijn zijn soms terughoudend omdat beweging oncomfortabel is. Probeer de oefeningen na de pijnmedicatie (wanneer die optimaal werkt), gebruik extra lekkere beloningen, houd sessies kort (5 minuten), en maak het speels. Als uw hond consequent weigert, kan de pijn onvoldoende onder controle zijn. Bespreek dit met uw dierenarts.
Nee. De spieren rond de elleboog zijn essentieel voor de stabiliteit van het gewricht. Sterke spieren compenseren deels voor de structurele problemen in het gewricht. Zonder oefeningen verliest uw hond spiermassa, waardoor het gewricht meer belast wordt en artrose sneller verergert.
Signalen van overbelasting: meer manken na de oefening dan ervoor, stijfheid de volgende ochtend, weigeren om te oefenen, likken aan de elleboog, of een warme/gezwollen elleboog. Bij deze signalen: verminder de intensiteit met de helft en overleg met uw dierenarts.
Traplopen is belastend voor de ellebogen, vooral trap af. De eerste 4 weken na operatie is traplopen verboden. Draag uw hond (als dat kan) of gebruik een looplat. Vanaf week 6 kunt u voorzichtig beginnen met enkele treden. Trap af is zwaarder dan trap op voor de ellebogen.
De meeste honden kunnen na herstel weer redelijk normaal bewegen, maar intense belasting moet vermeden worden. Vermijd herhaaldelijk bal gooien, scherpe bochten, en springen van hoogte. Zwemmen is de beste levenslange activiteit: het belast de gewrichten minimaal terwijl de spieren sterk blijven.
Helaas is enige mate van artrose vrijwel onvermijdelijk bij elleboogdysplasie. De structurele mismatch in het gewricht veroorzaakt extra slijtage. Vroege behandeling en goede revalidatie vertragen dit proces. Met gewichtsbeheersing, regelmatige beweging en eventuele supplementen kan uw hond ondanks artrose nog jaren comfortabel leven.
Niet per se. Veel honden doen het goed met gewichtsbeheersing en aangepaste beweging. Sommige honden hebben periodiek ontstekingsremmers nodig, vooral bij artrose-opvlammingen (na extra belasting of bij koud/vochtig weer). Uw dierenarts kan adviseren over gewrichtssupplementen zoals glucosamine en chondroitine.
Na volledig herstel kunt u afbouwen naar onderhoudsoefeningen: 2-3 keer per week kortere sessies. Dagelijks wandelen en indien mogelijk wekelijks zwemmen zijn de beste langetermijninvesteringen voor de ellebogen van uw hond.
Gewichtsbeheersing is cruciaal bij elleboogdysplasie. Elk extra kilo belast de ellebogen extra. Houd uw hond op een gezond gewicht: u moet de ribben kunnen voelen met lichte druk. Tijdens de rustperiode na operatie heeft uw hond minder calorieën nodig omdat hij minder beweegt. Pas de voeding aan.
Professionele fysiotherapie is niet strikt noodzakelijk, maar wel aan te bevelen, zeker bij ernstige gevallen of na een complexe operatie. Een fysiotherapeut heeft toegang tot apparatuur zoals een onderwaterloopband en kan een gepersonaliseerd plan maken. Deze cursus geeft u de basis om thuis aan de slag te gaan.
Nee, elleboogdysplasie is specifiek voor het ellebooggewricht (voorpoten). De achterpoten hebben een ander type gewricht. Wel kunnen honden met elleboogdysplasie ook andere gewrichtsproblemen hebben, zoals heupdysplasie. Uw dierenarts kan alle gewrichten beoordelen.
Download Vet Fysio en volg deze cursus stap voor stap met je hond.