Anatomie begrijpen
Hoe de knieschijf werkt en waarom deze uit de groef kan schieten
Complete gids voor eigenaren van honden met een luxerende knieschijf, van diagnose tot volledig herstel

Hoe de knieschijf werkt en waarom deze uit de groef kan schieten
Leer het verschil tussen graad 1 tot 4 en wat dat betekent voor de behandeling
Praktische oefeningen voor elke fase van de revalidatie
Met de juiste zorg en spiertraining kan uw hond weer normaal functioneren

Dierfysiotherapeut
Gecertificeerd dierfysiotherapeut met focus op hydrotherapie en sportrevalidatie voor honden.
Dit varieert per graad. Bij graad 1 merkt uw hond er vaak weinig van: de knieschijf schiet er even uit en springt vanzelf terug. Bij graad 2 kan er af en toe pijn zijn, vooral als de knieschijf regelmatig luxeert. Bij graad 3 en 4 is er vrijwel altijd pijn, omdat het kraakbeen beschadigt door de verkeerde positie van de knieschijf.
Nee. De onderliggende oorzaak is anatomisch: de groef in het dijbeen is te ondiep, of de uitlijning van het been klopt niet. Dat verandert niet vanzelf. Zonder behandeling verslechtert de situatie meestal langzaam.
Bij ongeveer de helft van de honden met een luxerende knieschijf zijn beide knieën aangedaan, soms in verschillende gradaties. Als alleen een knie is gediagnosticeerd, is het verstandig om de andere knie regelmatig te laten controleren.
In de meeste gevallen wel. De aangeboren vorm is erfelijk en komt veel voor bij kleine rassen zoals Chihuahuas, Yorkshire Terriers en Pomeranians. Soms ontstaat het ook door een ongeluk (trauma), maar dat is zeldzamer.
Kleine en dwerg-rassen hebben het hoogste risico. Pomeranians (tot 6,5%), Yorkshire Terriers (5,4%) en Chihuahuas (4,9%) staan bovenaan. Maar ook Maltezers, Dwergpoedels en Jack Russell Terriers komen veel voor.
Bij graad 1 is operatie meestal niet nodig: spiertraining en gewichtsbeheersing zijn vaak voldoende. Bij graad 2 hangt het af van de klachten. Bij graad 3 en 4 is operatie vrijwel altijd noodzakelijk.
Reken op 1.000 tot 3.000 euro per knie, inclusief nacontroles. De kosten variëren afhankelijk van de ernst, de techniek, de kliniek, en of een of beide knieën behandeld moeten worden.
Er is een kans op terugkeer. Bij graad 2 is de kans zeer klein. Bij graad 3 is het ongeveer 11%, en bij graad 4 kan het oplopen tot 36%. Goede revalidatie en spieronderhoud verkleinen dit risico aanzienlijk.
Een operatie kan al vanaf ongeveer 6 maanden. Vroeg opereren kan voordelig zijn, omdat het verdere botvervorming en kraakbeenschade voorkomt.
Meestal is het een combinatie van technieken. De groef in het dijbeen wordt verdiept (trochleaplastiek). Vaak wordt ook het aanhechtingspunt van de knieschijfpees verplaatst voor een betere uitlijning. Welke combinatie nodig is, hangt af van de ernst.
De eerste 2 weken zijn strikt rust. Daarna begint een geleidelijke opbouw van 6-10 weken. De meeste honden functioneren weer normaal na 8-12 weken.
Probeer andere beloningen, kortere sessies, een ander tijdstip, of een meer speelse benadering. Als uw hond consequent weigert, kan er sprake zijn van pijn. Raadpleeg dan uw dierenarts.
Nee. De spieropbouw is essentieel voor de langetermijnstabiliteit van de knie. De quadriceps houdt de knieschijf op zijn plek. Zonder sterke spieren is de kans op terugval groter.
Signalen van overbelasting: meer manken na de oefening, stijfheid de volgende dag, weigeren om te oefenen, likken aan de knie, of zwelling en warmte rond de knie. Verminder bij deze signalen de intensiteit.
In de eerste 4 weken na operatie is traplopen verboden. Vanaf week 8-10 kunt u voorzichtig beginnen. Trap af is belastender voor de knie dan trap op.
Gemiddeld vanaf week 8-10, mits uw hond goed loopt en de spierkracht hersteld is. Begin in een kleine, omheinde ruimte. Bouw geleidelijk op.
Na volledig herstel kunnen de meeste honden weer normaal rennen en spelen. Vermijd extreme belasting met scherpe bochten. Zwemmen en wandelen zijn levenslang de beste activiteiten.
Honden met een luxerende knieschijf hebben een verhoogd risico op artrose, vooral als de luxatie lang heeft bestaan. Vroege behandeling en goede revalidatie kunnen dit risico verkleinen.
Na volledig herstel kunt u afbouwen naar onderhoudsoefeningen: 2-3 keer per week kortere sessies. Dit houdt de spieren sterk en vermindert het risico op terugval.
Meestal niet. Na de revalidatieperiode hebben de meeste honden geen medicatie meer nodig, tenzij er artrose ontstaat.
Niet strikt noodzakelijk, maar wel aan te bevelen bij graad 3-4 of als u onzeker bent. Een fysiotherapeut heeft toegang tot apparatuur zoals een onderwaterloopband.
Ja. Bij 15-20% van de honden met chronische patellaluxatie ontstaat ook een kruisbandletsel. De verkeerde belasting verzwakt de kruisband op termijn.
Download Vet Fysio en volg deze cursus stap voor stap met je hond.